Sado eiland: de Japanse Terschelling

Geplaatst op
Sado Island

Google maps is niet altijd een even goede raadgever in Japan. Daar kwam ik opnieuw achter toen ik op een industrieterrein uitkwam in plaats van de haven waarvan de veerpont zou moeten vertrekken. Erg romantische plek. Anyhow. Nadat ik uiteindelijk de haven had gevonden kon ik de pont op na het invullen van diverse formulieren. Al deze info had ik online al ingevuld, maar uiteraard moest het nog een keer … in drievoud, waarbij een zenuwachtige Japanner op elk stukje van een formulier wees wat ik moest invullen. Ok, adem in adem uit 🙂 Voordat de pont vertrok besloot ik toch maar even snel een ryokan te reserveren in het plaatsje Sado op Sado eiland. Het weer zag er namelijk nog niet zo best uit. Toen ik aankwam op Sado moest ik nog 40 minuutjes rijden en toen ik bij het hotel/ryokan was, was ik behoorlijk moe. Het hotel deed erg oud aan en de bijbehorende onsen had ik ook wat vraagtekens bij. Het plaatsje Sado leek ook niet zo interessant, dus twijfelde een beetje over m’n beslissing…

Maar gelukkig werden deze twijfels de volgende dag weggenomen toen ik met de motor richting het noorden ging rijden. Want jeetje, wat was dat mooi. Alleen één klein probleempje. Blijkbaar waren nagenoeg alle tankstations dicht op zondag. What the… Ik maakte me daar wat zorgen over toen ik achter twee motoren aan het knallen was. Shit. Zo te zien is het motortje dorstig en ik keek ondertussen angstvallig naar het benzinemetertje die steeds dieper in het rood ging. Toen ik het zoveelste gesloten tankstation passeerde ben ik toch maar gestopt. Wat nu? Overigens zegt Google heel vrolijk dat al dat spul open is. Vrij frustrerend. Hm. Toch maar terug naar Sado?

Ineens hoorde ik een dikke tweecilinder aankomen met een hele rits motorrijders d’r achteraan de andere kant op. Daar moest ik ook naartoe om terug te keren naar Sado, dus dan maar met hun mee. Na 5 minuten maakten ze een stop en ik stopte met ze mee. Toen ik m’n helm afdeed, had ik ineens alle aandacht: wat doet een gaijin op een gekochte Yamaha uit Yamanashi hier? Ze kunnen dat zien aan mijn kenteken. Na wat geouwehoer over motoren en waar ik vandaan kwam vroeg ik of hun wisten waar een tankstation open zou zijn met mijn vingertje wijzend naar mijn benzinemetertje. Lastige vraag blijkbaar, maar toen kwam er iemand aan met een tank vol benzine. “Ikura desu ka?” Hm. Sen Yen. Ok, beetje duur, maar interesseert me niet, ik wil rijden! Nadat de tank was bijgevuld ging ik terug naar het noorden om die fijne rit die ik had ingezet af te maken. Samen met wat tips van de motorrijders over tankstations die misschien open zouden zijn. Ik reed langs de kust en zo nu en dan een bergje mee. De omgeving werd steeds mooier en vergat opnieuw dat door al die bergpasjes en mijn nogal ‘enthousiaste’ rijgedrag de tank weer dreigend leeg begon te raken…

Ondertussen begon het schemerig te worden. Ik keek nog een keer naar de route om terug te keren naar Sado en ik zou dan ook nog een bergpas over moeten. Shit, volgens mij haal ik dat nooit, en straks strand ik ergens daar hoog in zo’n berg zonder benzine in het donker. Geen goed idee. Onderweg zag ik ergens twee vissers inpakken en stelde aan hun de vraag of hun iets wisten voor benzine. Haij!, en iets van ‘rijd maar achter ons aan’ zei één van de vissersmannen. Die overigens alleen maar twee voortanden had. Ok. Rijden maar.

Gezien mijn eerdere ervaringen met Japanners, dat ze het zelf ook niet altijd weten, vroeg ik mij sterk af of dit wel de juiste keuze was. De afslag van dat bergstukje hadden we allang gepasseerd en elke druppel in de tank begon inmiddels te tellen. In de verte zag ik een klein Eneos logo verschijnen van een tankstation. Die heb ik vaker gezien, maar dan allemaal dicht en dit zag er ook echt niet open uit. Voordat de moed mij in de (motor)laarzen kon zinken, begon een van de vissers hard te schreeuwen richting het tankstationnetje. Waarna een klein deurtje links daarvan openging en een nerveus oud mannetje mijn richting op rende. “Cashu?” Ehh… “Haij, mantan!” En ja hoor, hij zwengelde de boel aan en check… ik had weer benzine! Daarna vol gas terug naar het hotel via de kust en was net terug voordat het donker was. De dag eindigde met eten een leeg sushi-trein restaurant met verschrikkelijke muziek op de achtergrond. Een of andere Neil Daimond cover in half Japans en mislukt Engels en nog een hele rits aan Celine Dion cover probeersels. Denk daarbij het personeel erbij die in een rijtje staan te kijken hoe ik een misosoep naar binnen slurp. Echt supercomfortabel. Leuk was om er een beetje mee te spelen door iets bijna van de trein te pakken… en dan toch weer niet. En dan het personeel aankijken die dan vlug naar het plafond gaan staren. Anyhow. Snel weg hier. Gochisou sama deshita, mata ne en de groeten!

De volgende dag richting het zuiden gegaan van het eiland via een goudmijn die je kon bezichtigen. Uiteraard was alles daar in het Japans, maar met een beetje common-sense begrijp je wel een beetje wat de bedoeling is van een goudmijn. Toch een bijzondere plek en vooral de bergpasjes om daar te komen was erg weer heerlijk om te rijden. Na de mijn naar een camping gegaan waar helemaal niemand was en uiteraard gesloten. Na wat geregel via een buurman met honden die nogal agressief reageerden op mijn motor, kwam er een oud mannetje bij de camping. “Ame, ame!” Schreeuwde die. Ja, ‘t zou gaan regenen. Maar de volgende dag zou het beter worden en ik liet hem de weersverwachting op m’n mobiel aan hem zien. Lachend keek hij naar m’n telefoon en wees naar de dreigende wolken. Op Sado is het weer niet te voorspellen, maakte hij mij duidelijk in allerlei vreemde gebaren. Wat zou hij in een deuk liggen als hij ons Nederlanders zou zien die om de haverklap buienradar zitten te checken of je nu of vijf minuten later op je fiets zou moeten stappen. Maargoed, in de stromende regen naar Ogi om boodschappen te doen. Tot mijn verbazing zag ik bij terugkomst dat de man een pak hout had achtergelaten onder een afdakje, zodat ik een vuur kon maken. De prijs was ook meer dan ok. Volgens mij had hij het wel wat met me te doen in dat rotweer. Superveel wind ook nog eens. Maargoed daardoor ging m’n vuurtje wel lekker snel aan. Gelukkig werd ik de volgende dag wakker met de volle zon en uitzicht op zee. Misschien had m’n telefoon toch een beetje gelijk. Prima geregeld toch dacht ik zo.

En zo verstreken wat dagen op Sado. Het weer was lekker en veel beter dan de rest van Japan die dagen, beetje rondrijden, tempeltje hier en daar en wat lezen. Erg relaxed. Op een gegeven moment toch maar m’n tentje ingepakt om de pont te pakken terug naar het ‘vaste land’ naar Niigata. Na een half uurtje rijden was ik bijna in de haven, maar stopte toen ik ineens trommels hoorde. Best indrukwekkend, want die motor van me maakt een behoorlijke teringherrie moet ik zeggen. Ik zette m’n motor aan de kant en ging richting het het trommelgeluid. Vervolgens kwam ik uit bij een groep mannen waarvan drie met een grote trommel en twee mannen verkleed die een dans deden. Nadat het ritueel klaar was, ging een garagedeur open met een oud vrouwtje die er allerlei eten opzette. Iedereen kreeg een kommetje soep en zonder vragen kreeg ik er ook eentje. Vervolgens werd er gevraagd of ik m’n schoenen uit wilde doen en wilde gaan zitten. Dus van het ene moment op de motor, zat ik nu met een groep mannen aan een tafel te eten en uit te leggen waar ik vandaan kwam. Na snel wat tempura en ander lekkers gegeten te hebben stond iedereen alweer vrij snel op. Ze liepen verder en ik vroeg of ik mee mocht lopen. Geen probleem. Tof, want was erg benieuwd wat dit was! De helft van die tempura hing in m’n baard, by the way. Maar ok.

Zo bleek dit dé dag van het jaar te zijn voor de “oto matsuri” viering. Dit markeert de start van de zomer en deze mannen gingen van deur tot deur waarbij de dans en muziek wordt herhaalt. Het ritueel gaat over het verdrijven van boze geesten en vraag voor een goede oogst. Uiteindelijk kreeg ik een shirt aan en was onderdeel van de groep. Een hele bijzondere manier om Sado zo te beleven, want zo kwam ik bij allerlei Japanners thuis. We kwamen bij boerderijen, kleine huisjes en villa’s met prachtige Japanse tuinen. Een hele bijzondere ervaring. En overal waar we kwamen kregen we overheerlijk eten, met saké, sochū en bier. Gelukkig is Japans eten over het algemeen redelijk licht verteerbaar maar jeetje… ik denk dat ik nog nooit zoveel heb gegeten op een dag! Overigens vond iedereen die we bezochten het toch wel erg interessant wat een gaijin in deze kledij deed. En moest daardoor ook van alles proeven wat ik echt niet kon weigeren. Hopelijk doet het de oogst goed, haha.

Het ritueel eindigde rond tienen bij een mooi verlichtte tempel, waarna ik in een achterbak van een autotje samen met de andere mannen naar een soort schooltje werd gebracht. Daar nog wat laatste drankjes en na wat napraten vroeg ik mij af waar ik ging slapen die nacht. Na enig overleg wist iemand een plek en bracht me daar met z’n auto naar toe. Rond middernacht m’n tentje daar opgezet en de volgende dag bleek ik wakker te worden op een honkbalveld tussen weilanden en koeien 🙂 Toen ik m’n tentje inpakte kwam een van de mannen nog even langs voordat die naar z’n werk ging en gaf me een knuffel. Hij was dankbaar voor het feit dat ik er bij was. Die dankbaarheid is wederzijds, want jeetje wat was ik in de watten gelegd zeg. In een naastgelegen onsen kon ik nog even bijkomen van alles en besloot die dag alsnog de pont terug te pakken. Op deze pont kwam ik zelfs nog een van de mannen van de matsuri tegen. Gezellig nog even na kunnen praten waardoor de reis terug lekker vlot verliep. Toen ik met m’n motor van de pont reed richting de zee, stopte ik nog even en kon ik Sado zien liggen. Ja, dat Sado bleek toch zeker een hele goede keuze te zijn…

11 reacties op “Sado eiland: de Japanse Terschelling&rdquo

  1. Geweldig verslag weer Jochem! Het is altijd weer een genoegen om je volgende verhaal te lezen, wat een gave reis.
    Ik mis de tempura-in-baard foto 🙂

    1. Hé Jeroen! Wat leuk van je te horen en dank voor je complimenten! Dat met die tempura zal wel vaker gebeuren en de volgende keer zal ik er een foto van maken. Wellicht met andere ingrediënten, gezien de soba en udon ook soms om de oren vliegt vanwege mijn enthousiaste geslurp 🙂

  2. Mooie avonturen beleef jij. Jaloersmakend! Voor mij ook leuk om weer in het Nederlands en op zijn Nederlands te lezen. Wij moeten tot september wachten voor we een motortoertocht in Japan kunnen maken, maar die is maar een weekje en niet te vergelijken met wat jij doet. Veel plezier nog!

    1. Dankje Mijnd! Wie weet ben ik dan nog of weer in Japan. Kunnen we eventueel een stukje samen rijden. Ach en een weekje is ook tof! En volgens mij maken jullie nu ook een hele mooie reis! Door Taiwan nu, als ik het goed heb? Groet en veel plezier alvast in september! きおつけて! 🙂

  3. Ha mooie man, toffe avonturen! Riding free! Zo te lezen ben je ook leuk gezelschap voor jezelf 🙂 Groet Jonathan

    1. Ha Jonathan! Dank voor je lieve bericht! Ik ontmoet mooie mensen, maar het is ook dikke prima met mezelf te zijn zo met de motor en een tentje 🙂 Liefs!

  4. Hoi Jochem, weer genoten bij t lezen van je verhalen! Tjee man wát een belevenissen! Wat een gelukki, dat je mee mocht door Sado! Fijne reis verder met een tankvol!😉

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *