Gek. Ik weet niet eens hoe dit is gegaan, maar die peninsula daar beneden trok mijn aandacht. Totaal niet in de richting van Hokkaido, maar ik wilde gewoon naar de zee toe. En er was zoveel moois onderweg wat mijn aandacht trok dat ik wel moest stoppen elke keer. De kwantiteit van de mooie momenten begon de aantal kilometers in te halen. Ik had steeds minder zin om verder te rijden, want jeetje wat is het hier mooi. Mysterieuze tempels, mooie uitzichten over de zee, bergen met stijle weggetjes omhoog, rijstvelden, indrukwekkende watervallen, witte stranden, routes om te wandelen en ga maar door… Vriend Google Maps waarop ik routes mijn uitzette werd meer een vijand, want misschien wil ik hier wel gewoon naar links en waar leidt dat ene weggetje naartoe? Google: “Make a U-turn…” blabla. Weg met Google, ik ga dit weggetje in, want dat lijkt meer af te stemmen met mijn eigen pad.
Ondertussen werd de weg steeds bochtiger en ging al snel strak langs de zee met indrukwekkende afgronden. En jeetje wat is motorrijden dan een feestje en zo te zien was ik niet de enige hier 🙂 Motorrijden is populair in Japan en de meeste rijden op een Harley met zoveel mogelijk Amerikaans uitziende kleding. Baggy broek, houthakkersvest achtig ding en met een ‘smell-the-fart’-look een beetje arrogant kijkend lopen cruisen. Hilarisch om te zien. Helemaal als je even de tijd neemt met een goede bak oedon voor je neus om te zien wat er wel niet allemaal langsrijd.
Deze weggetjes, de zee en die rotspartijen waren schitterend, maar ook wel een beetje confronterend. Ergens gestopt kijkend naar het mooie uitzicht kwam het tot me. Het lijkt namelijk bij vlagen op Australië hier en het deed me terugdenken aan dat ik samen met Bregje langs de Great Ocean road en de Captain Cook highway reed. Het uitzicht, de geur, de geluiden en de felle mooie kleuren. Jeetje, het bracht me direct terug. Verschil met twee jaar geleden is dat dit iets moois is geworden. Inplaats van het gevoel te hebben van bijna te verzuipen in verdriet is het iets moois geworden. Het gevoel dat Bregje even in de buurt is. Het is goed zo en ik omarm dit gevoel. Weer een bevestiging dat de timing van deze reis perfect is nu. Ik neem het nog even tot me en stap op de motor. Gas d’r op en genieten maar. Dat zou Bregje ook willen 🙂
Uiteindelijk begon het schemerig te worden en ik moest eigenlijk wel opzoek naar een camping. Hm. Eentje gevonden nog 40 min van hier. Zou ik net moeten halen voordat het donker is. Totdat ik weer afgeleid was van een uitzicht op een tempel in de zee. Hm… Als ik daar rechts ga, kan ik daar toch even een kijkje nemen, niet waar? Het was een soort langgerekte zandbank met een weggetje die op een tempel uitkwam in een bos. Met aan de zijkant een klein soort strandje. Er was ook nog eens een wc-tje daar. Wat nou als ik m’n tentje hier gewoon opzet?! Gewoon, naast die tempel. Aarzeling hier, want wat nou als de politie mij ziet? Ondertussen opende ik een blikje bier en realiseerde me dat ik helemaal niet meer kon rijden, haha. In Japan handhaven ze een 0% alcohol policy in combinatie met rijden. Als je daarmee gepakt wordt heb je een serieus probleem. Ok dan. Dan maar wildkamperen bij die tempel.
Ik wachtte even af totdat het donker werd, omdat ik niet te veel wilde opvallen. Dus ging eerst maar even een simpele maaltijd koken in dat bos bij die tempel met uitzicht op vissers aan de kant en vissersbootjes die voorbij passeerden. Toen ik m’n theetje opgedronken had en het donker was zette ik mijn tent op. Eerst ergens onopvallend in een hoekje en toen dacht ik, wat maakt het uit. Ik plemp dat ding hier midden op het strandje met uitzicht op een haventje en uitzicht op de tempel aan de andere kant. Toch een beetje van genieten lijkt me, haha! Toen ik nog even naar de wc ging om mijn tanden te poetsen zag ik een klein campertje staan met een oude Japanse man. Een van de vissers aan de kant zo te zien aan de bak met water met vis d’r in naast de deur van het campertje. Blijkbaar was ik toch niet de enige die hier sliep. Ik probeerde contact te maken met de man, maar die was erg verlegen en volgens mij wilde hij net z’n bedje inkruipen. Laat maar even zo. Ik besloot ook maar te gaan slapen in mijn tentje. Met het geluid van de zee op de achtergrond, vreemde vogels in het bos en mystieke sferen van de tempel naast me. Na minder dan 1 minuut was ik vertrokken…
De volgende dag werd ik vroeg wakker. Expres, want wilde eigenlijk het tentje weg hebben voordat er mensen naar de tempel zouden komen. Het is een ‘bad practise’ in Japan om veel ruimte in te nemen en dit hoort daar bij dacht ik. Nadat ik mijn spullen had opgeruimd en gedeeltelijk de motor had bepakt was er nog even ruimte voor een lekker ontbijt. Ondertussen cirkelde er een grote tonbi boven m’n hoofd; Een soort Japanse buizerd die dezelfde eigenschappen vertoond als een buizerd in Nederland. Ook worden deze uit hun thermiekcircel gehaald door kraaien. Alleen zowel deze soort buizerd en kraaien zijn dan wel twee keer zo groot. Mooi om dit tafereel tussen twee kraaien en deze tonbi te aanschouwen met een gebakken eitje en koffietje.
Ok. Tijd om te gaan na alles op de motor bepakt te hebben. Toen ik de motor startte dacht ik nog even aan de oude man in dat campertje. Ik deed de motor uit en pakte twee biertjes uit m’n topkoffer en zette die naast de schuifdeur van zijn campertje naast zijn slippers. Stapte weer op de motor en net toen ik wilde vertrekken kwam de man aangerend: “Ohio! Arigatou gozaimasu!!!”. “Ie, Ie!!!”: Oftewel, geen dank, met een kleine buiging. Met een lach op m’n gezicht gaf ik gas. Verder rijden langs die schitterende zee en zien wat hier verder te ontdekken valt…

Weer erg genoten van je belevenissen! Mooi beschreven, Jochem!