M’n ouders brachten me naar Schiphol waar we lekker op tijd waren, dus kon relaxed het vliegtuig in. Toch bizar om afscheid te nemen, want ik weet immers niet wanneer ik terugkom. Maar ok, gezien de technologie van tegenwoordig kun je goed in contact blijven.
Handig om te weten, ik wist dat eerst niet, maar in veel gevallen kom je met een oneway ticket niet zomaar een land binnen. Hiervoor had ik op het laatst een fake-ticket naar Zuid-Korea geboekt. Hopelijk kom ik daar mee weg. Natuurlijk als je dit soort dingen regelt wordt het niet gecheckt uiteraard 🙂 Ik vloog via Moskou met een overstap van één uur in Moskou voor Tokyo. Gelukkig vertrok dat vliegtuig drie terminals verder, zodat ik behoorlijk moest rennen om dat vliegtuig te kunnen halen. Bezweet kwam ik net op tijd aan, want iedereen was al aan het boarden.
Toen in aangekomen was in Tokyo, m’n bagage had opgehaald en aankwam in de arrival terminal kreeg ik gelijk een camera in m’n gezicht met een veel te blije Japanse televisie presentator. Ze vroegen me van alles en ik vertelde maar gewoon wat ik ging doen in m’n beste Japans: “Yamanashi kara motobaiku de hokkaidō ni iku” Of te wel … Ik ga met een motor van Yamanashi naar Hokkaido 🙂 Ze vonden m’n plan zo interessant dat ze vroegen of ze een stukje met me mee mochten om te filmen. Zeker, maar ik was erg moe na m’n vlucht en wilde ook niet direct inperken op mijn vrijheid. Voorwaarde voor hun was namelijk dat ik half juni dan al in Hokkaido moest zijn. Haha, ik zie wel even en we houden contact. Voor deze reis had ik me wel al wat verdiept in de taal. In het binnenland kunnen Japanners echt geen Engels en het wordt zeker gewaardeerd als je het op z’n minst probeert. Ook verteld je de taal op een of andere manier ook veel over de gedragingen en Japanse cultuur.
Anyhow. Na half uur geouwehoer over mijn reis ging ik verder 🙂 En wat me direct opviel is dat Japanners inderdaad ontzettend behulpzaam en vriendelijk zijn. Bizar. De metro was even wat overweldigend in het begin, maar er waren ondertussen wel drie Japanners die me hadden geholpen om bij het hostel te kunnen komen. Uiteindelijk is het metrosysteem prima te doen en had daarvoor een oplaadbare suico-card gekocht. Je hoeft dan niet elke keer een ticket te kopen. Ideaal.
En dan loop je naar boven die immense stad in. Tokyo. Een culture-shock in het kwadraat, maar wel met een gigantisch lach op mijn gezicht. Het schijnt dat er alleen al in Tokyo 37 miljoen mensen wonen, wat het op één na de grootste stad ter wereld maakt. En dat merk je direct. Zo ontzettend veel mensen en dingen om je heen. Overweldigend, maar het geeft ook heel veel energie. Het duurde ongeveer 20 minuten om met al m’n spullen naar het hostel te lopen. En in die tijd had ik al zoveel gezien. Restaurantjes, barretjes, scooters, motors, vrouwen gekleed in kimono, rokende oude mannen op een bankje, tempels en zoveel mensen om me heen die me lang met verwondering aankeken met een kleine buiging. Ik voelde me welkom hier.
Na aangekomen te zijn in het hostel en opgefrist ben ik gelijk een wandeling gaan maken. Het was rond 17:00 uur lokale tijd dus ondertussen op zoek na een plek om te eten. Ik had een papiertje meegenomen met hoe ik eten kan bestellen in het Japans, haha. En zag op een gegeven moment twee opties naast elkaar. Eentje was leeg en de andere helemaal volgepropt met Japanners. Even een aarzeling, maar ging toch dat piepkleine overvolle tentje in. Ik voelde me zo onhandig en groot daar en stootte van alles en iedereen aan: “Sumimasen, sumimasen, sumimasen!!” en plofte neer op een stoeltje aan de bar tussen twee andere Japanners gepropt. Iedereen keek me aan… Het leek wel een Japanse Western.
Met de chef in het midden die gelijk om een bestelling vroeg. En toen blokkeerde ik een beetje 🙂 Maar gelukkig waren er allerlei Japanners die me hielpen. “Osusume des ka?” Of te wel wat kunt u me aanraden? En kreeg allerlei hapjes voorgeschoteld. Uiteindelijk met twee jongere Japanners overgebleven en de chef en na vele hapjes en bierru’s verder was het maar eens tijd om naar bed te gaan 🙂 Nadat ik terug was uit de wc vroeg ik om de rekening: “Okanjo kudasai”. Waarop de chef vriendelijk lachte en zei dat de rekening al voldaan was door de beide jongens. Die mij aankeken en zeiden in hun beste Engels:
“This is our welcome gift to you. Welcome to Japan my friend.”
Gevolgd door een diepe buiging. Wauw.
